Dooie vogels en het S.M.A.K.

donderdag 6 mei 2010


Gisterennamiddag in de auto, gesprek tussen Zoon en vriendin L.

Zij (tegen mij): Pas op, daar op de stoep ligt een dooie vogel.
Hij: Een dooie vogel?
Zij: Ja, een mus. Hij ligt daar al een paar dagen en ziet er helemaal vies uit. Iek!
Hij: Een dooie vogel is niet 'iek'. Dooie vogels zijn mooi. Alle vogels zijn mooi.
(Ik bewonder voorlopig nog Zoons liefde voor de natuur.)
Zij: Allé, daar is toch niets moois meer aan?
Hij: Ja, toch wel. Dan snij je dat buikje open, je haalt er het vlees en de benen uit en je steekt er wat kussenvulling in. Niet te veel, want dat is maar een heel klein lijfje. En dan kan je dat weer toenaaien. Mijn mama heeft veel naalden, én draad. En dan krijg je een opgezette vogel en kan je dat op je vensterbank op je kamer zetten.
(Zeven jaar. Opensnijden? Kussenvulling?)
Zij: Oh, jak! Zo'n vogel zou ik echt nooit willen. Dat is echt viiiiiiies!
Hij: Maar weet je dat niet meer? Op je verjaardagsfeestje in het S.M.A.K.? Dan moesten we op kussens lopen, allemaal, en toen toonde die mevrouw dat er onder die kussens drie dode vogels lagen.
Zij (gillend): Iiiiiiieeee. Ja! Dat was echt vies. Ik ga nooit meer naar zoiets kijken.
Hij: Ik wel. Dat was tof. Er was daar ook een ander halfdoorgesneden dier. En dan kon je de binnenkant van achter een glaasje zien.

Ok, nu vraag ik me nu toch ernstig af waar we in de fout zijn gegaan. En stel ik me vragen over de educatieve waarde van de dingen die ze de - toen nog - kleuters in het S.M.A.K voorschotelen. En bedenk ik dat ik ook dringend nog eens naar het S.M.A.K. moet. Mét kinders.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen